Soms ontdek je pas een barst in het glas voordat je de kaars überhaupt hebt aangestoken. Ook dan is het verstandig om de kaars niet meer in het originele glas te branden.
Waarom het niet veilig is
Zodra glas gebroken of gescheurd is, wordt het onbetrouwbaar bij verhitting. Kaarsen produceren warmte die het glas verder kan verzwakken. Een bestaande barst kan daardoor uitbreiden, waardoor het glas plots kan splijten of volledig breken tijdens het branden.
Daarnaast kan gesmolten was gaan lekken uit scheuren of openingen. Dat zorgt niet alleen voor rommel, maar kan ook gevaarlijk zijn als hete was op oppervlakken of huid terechtkomt. In combinatie met een vlam en instabiel glas ontstaat er simpelweg een onvoorspelbare situatie.
Wat kun je wél doen?
Een gebroken kaars hoeft niet direct verloren te zijn. De was zelf is vaak nog prima te gebruiken, en kan op een veilige manier worden hergebruikt. Wil je weten hoe? Lees dan ook onze blog Kaarsvet hergebruiken? Zo maak je zelf kaarsen.
Een veelgebruikte methode is om de kaars eerst volledig te laten afkoelen en vervolgens de was uit het glas te halen. Dat kan door het glas voorzichtig te koelen zodat de was loslaat, of door het gecontroleerd te verwarmen zodat de was smelt en eruit kan worden gegoten.
Daarna kan de was worden gebruikt als wax melts in een geurbrander. Ook is het mogelijk om de gesmolten was over te gieten in een nieuw, hittebestendig glas met een nieuwe lont, zodat er weer een veilige kaars ontstaat.
De veilige keuze
Hoe aantrekkelijk het ook is om een favoriete kaars nog “even op te maken”, veiligheid gaat voor. Gebroken glas en open vuur vormen geen betrouwbare combinatie. De risico’s van plots brekend glas tot lekkende hete was maken het branden in zo’n situatie onverstandig.
Door de was te hergebruiken in een andere vorm blijft de geur behouden, zonder onnodig risico.
Kort gezegd: een kaars met gebroken glas brand je niet meer, maar je kunt hem wel veilig een tweede leven geven.

