Veelgemaakte fouten bij zelf kaarsen maken

Iedereen die begint met het zelf maken van kaarsen loopt vroeg of laat tegen een probleem aan. Misschien ontstaan er luchtbellen in je kaars, blijft de was zacht, scheurt de kaars of brandt hij alleen in het midden. Gelukkig zijn de meeste problemen eenvoudig te voorkomen zodra je weet waardoor ze ontstaan.

Op deze pagina vind je een overzicht van de meest voorkomende fouten bij het maken van kaarsen. Je leest waardoor ze ontstaan, hoe je ze voorkomt en wat je kunt doen als het toch misgaat. Zo maak je stap voor stap mooiere, veiligere en beter brandende kaarsen.

Luchtbellen in kaarsen

Luchtbellen worden vaak pas zichtbaar nadat je de kaars uit de mal hebt gehaald. Ze ontstaan doordat tijdens het gieten lucht wordt opgesloten in de was of in kleine details van de mal.

Veelvoorkomende oorzaken zijn:

  • te snel gieten;
  • lucht in de gesmolten was;
  • een koude of vochtige mal;
  • onvoldoende tikken of trillen van de mal;
  • te snelle afkoeling.

Door rustig te gieten, de mal op kamertemperatuur te gebruiken en de kaars langzaam te laten afkoelen, kun je de kans op luchtbellen aanzienlijk verkleinen.

Waarom blijft mijn kaars zacht?

Een kaars die zacht of plakkerig blijft, is meestal niet volledig uitgehard of bevat een verkeerde verhouding tussen was en toevoegingen.

Dit kan worden veroorzaakt door:

  • te veel geuroliën;
  • te veel kleurstof;
  • een ongeschikte wassoort;
  • een verkeerde giettemperatuur;
  • onvoldoende uithardingstijd.

Laat een kaars altijd voldoende uitharden en gebruik de juiste hoeveelheid geur- en kleurstoffen voor de gekozen kaarsenwas.

Zwarte bol op de lont (mushrooming)

Soms ontstaat tijdens het branden een zwarte ophoping aan het uiteinde van de lont. Dit wordt mushrooming genoemd.

De belangrijkste oorzaken zijn:

  • een te lange lont;
  • een te dikke lont;
  • te lang achter elkaar branden;
  • een verkeerde balans tussen lont en was.

Door de lont vóór iedere brandsessie terug te knippen tot ongeveer 5 mm blijft de vlam rustiger en schoner branden.

Kaars breekt bij het ontmallen

Breekt een kaars zodra je hem uit de siliconen mal haalt? Dan ontstaat er waarschijnlijk te veel spanning tussen de mal en de kaars.

Dit gebeurt vooral bij:

  • smalle of kwetsbare onderdelen;
  • harde wassoorten;
  • scherpe details in de mal;
  • onvoldoende flexibiliteit tijdens het lossen.

Rustig ontmallen, een geschikte mal gebruiken en de juiste was kiezen verkleinen de kans op breuk.

Geurkaars geeft weinig geur af

Ruikt een geurkaars koud heerlijk, maar nauwelijks tijdens het branden? Dan is de geurafgifte niet optimaal.

Veelvoorkomende oorzaken zijn:

  • verkeerde lontmaat;
  • te weinig geuroliën;
  • geur toegevoegd op de verkeerde temperatuur;
  • onvoldoende uitharding;
  • een wassoort met beperkte geurafgifte.

Een goede balans tussen was, lont en geuroliën is essentieel voor een krachtige geurverspreiding.

Kaars brandt alleen in het midden

Wanneer alleen de was rondom de lont smelt en de randen blijven staan, spreek je van tunneling.

Dit ontstaat meestal doordat:

  • de kaars de eerste keer te kort heeft gebrand;
  • de lont te klein is;
  • de omgeving te koud is.

Laat een nieuwe kaars tijdens de eerste brandsessie altijd lang genoeg branden totdat de volledige bovenlaag vloeibaar is.

Witte vlekken op kaarsen

Witte vlekken of een poederachtige aanslag komen vooral voor bij sojawas. Dit verschijnsel staat bekend als frosting.

Frosting ontstaat meestal door:

  • natuurlijke kristalvorming;
  • te snelle afkoeling;
  • een hoge giettemperatuur;
  • temperatuurverschillen tijdens het uitharden.

Hoewel frosting geen invloed heeft op de kwaliteit van de kaars, kun je het vaak verminderen door rustiger af te laten koelen.

Waarom knettert een kaars?

Een knetterende of pruttelende kaars kan verschillende oorzaken hebben. Bij houten lonten is een licht knisperend geluid vaak normaal, maar bij katoenen lonten kan dit wijzen op een probleem met de verbranding.

Dit kan worden veroorzaakt door:

  • een verkeerde lontmaat;
  • te veel geurolie of kleurstof;
  • lucht of vuil in de was;
  • vocht in de lont;
  • tocht tijdens het branden.

Gebruik de juiste lont voor de gekozen kaarsenwas, werk met schone materialen en bewaar je lonten droog. Zo zorg je voor een rustigere en stabielere verbranding.

Voorkomen is beter dan herstellen

De meeste problemen bij kaarsen maken zijn eenvoudig te voorkomen door zorgvuldig te werken. Gebruik kwalitatieve materialen, houd de juiste temperaturen aan en geef de was voldoende tijd om uit te harden. Met wat oefening ontwikkel je vanzelf een gevoel voor het proces en worden je kaarsen steeds mooier en beter.

Of je nu werkt met sojawas, paraffine of bijenwas: een goede voorbereiding en de juiste techniek maken het verschil tussen een mislukte kaars en een perfect eindresultaat.

Winkelwagen